Sommige dingen zijn zo lelijk dat ze mooi worden, andere wekken een walgelijke afkeer op.
Nooit boos zijn omdat we hier iets (niet) bespreken.
Coloris et gustibus non disputandum est.
Welkom in de wondere wereld van Lelijkland!
woensdag 25 juli 2007
Viktoria
donderdag 14 juni 2007
Belgiƫ welvaartstaat?
Bedelaars geef ik nooit geld. De 2 tot 3 keer dat ik dit wel gedaan heb niet meegerekend. Doe ik dit uit gierigheid? Ben ik gebrainwasht door het jarenlang aanhoren dat er met aalmoezen enkel drank en/of drugs gekocht wordt? Geloof ik dat mijn belastingsgeld gebruikt wordt om voor de daklozen te zorgen? Of ben ik gewoon emotioneel afgestompt door het dag in, dag uit geweld en miserie zien op het nieuws?
Het niets geven, geeft mij echter wel een groot schuldgevoel. Ergens ben ik wel blij dat het mij toch nog iets doet, dat ik niet mijn ogen kan sluiten voor een medemens zijn ongeluk. Daar heeft de bedelaar in kwestie –waar ik niets aan geef- natuurlijk niet veel aan.
Dit is toch een merkwaardig iets: door het aanschouwen van iemand met minder geluk dan mezelf, voel ik mij beter. Het besef dat die persoon bijna niets heeft, maakt mij gelukkig dat ik zo veel heb. Het lijkt een walgelijke gedachte.
Dit brengt mij terug naar mijn oorspronkelijk vraag: waarom geef ik die arme stakker geen cent? Eerlijk gezegd heb ik helemaal geen excuus.
Mijn broer geeft les aan een meisje wiens moeder het ganse gezin onderhoudt door te bedelen aan de ingang van de Carrefour. Niets geen geld voor drank of drugs, maar geld voor eten, kleren en schoolgerief voor de kinderen. Draagt de OCMW dan geen steentje bij? Ja, het absolute minimum waarmee je geen gezin mee kan onderhouden. Misschien dat ik volgende keer wel eens die enorme moeite doe om mijn portefeuille boven te halen en iets te geven.
zondag 10 juni 2007
Verkiezingen
dinsdag 5 juni 2007
Afscheid van Mevrouw Janssens
Door te bloggen, lijkt het misschien dat ik de tijd onder controle heb. Niet dus. De tijd haalt mij in nog voor ik begonnen ben. Zo vergat ik zaterdagavond domweg naar een feest bij de buren te gaan. Alle begrip vanwege de feestvierders, maar zelf vind ik de vergetelheid schandalig.
Enfin, Mevrouw Janssens. Ze was al een paar dagen ziek. Mea culpa, ik had haar maar niet als wipkip voor Cochin-haan Kokki moeten laten fungeren. Maar ik wou vermijden dat de haan de broedse Cochin-hen met zijn mannelijke instincten lastigviel. Eerdere pogingen om de haan bij zijn broeder Peppi te huisvesten, waren op zware gevechten uitgedraaid, dus uit plaatsgebrek bleef Kokki in de ren. Met enkel Mevrouw Janssens. Ik zou binnenkort Peppi slachten en dan kon Kokki zijn plaats buiten de ren innemen.
Maar ik was nog niet mentaal klaar om zonder ervaring op mijn eentje een hoen te slachten. Wat als hij zou voortlopen na het onthoofden? Spuit het bloed er dan uit? Hoe verwijder ik de pluimen en ingewanden? Ik wachtte tot iemand het mij zou tonen. Ooit. Soit, ik stelde het uit.
Ze lag daar zo zielig en ademde moeizaam. Haar ogen kon ze nauwelijks openhouden. Kordaat ging ik terug richting garage om de spade en handschoenen voor zware karweien.
Toen ik terug voor haar stond, kreeg ik een klop van de hamer. Mijn maag zat vol beton en draaide. Dode kippen had ik reeds gehad, maar zelf doden? Ik wilde die stomme kip niet met de spade van haar kop ontdoen. Nochtans had ik geen gevoelens voor dat beest, hooguit wat medelijden. Stond ik daar met mijn handschoenen aan tegen een paal te leunen om niet omver te vallen.
Het was wreder haar een natuurlijke dood te laten sterven, dus ik nam haar toch op mijn spade, droeg haar naar het weiland en klaarde de klus.
Vandaag plukte ik onze eerste frambozen. Proefde en was tevreden.